Liturgie zondag 23 december 2018

Welkom – afkondigingen

De vierde Adventskaars wordt aan gestoken, het adventsgedicht wordt gelezen en we zingen samen het projectlied



Stil gebed – Bemoediging & Groet

Zingen: Lied  868

Lof zij de Heer, de almachtige Koning der ere.

Laat ons naar hartelust zingen en blij musiceren.

Komt allen saam, psalmzingt de heilige naam,

looft al wat ademt de Here.

Lof zij de Heer, Hij omringt met zijn liefde uw leven;

heeft u in ‘t licht als op adelaarsvleuglen geheven.

Hij die u leidt, zodat uw hart zich verblijdt,

Hij heeft zijn woord u gegeven.

Lof zij de Heer met de heerlijkste naam van zijn namen,

christenen looft Hem met Abrahams kinderen samen.

Hart wees gerust, Hij is uw licht en uw lust.

Alles wat ademt zegt: Amen!

Geboden & gebed

Zingen:  God kent jou

God kent jou vanaf het begin

Helemaal van buiten en van binnenin.

Hij kent al je vreugde en al je verdriet.

Want Hij ziet de dingen die een ander niet ziet.

En weet je wat zo mooi is:

Bij Jezus voel je je vrij

om helemaal jezelf te zijn.

Want Hij houdt van jou,

ja, Hij houdt van jou,

ja, Hij houdt van jou en mij!

God kent jou…

Over de doop

De Here Jezus gaf aan zijn Gemeente de opdracht: “Ga dan op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat Ik jullie opgedragen heb.”

We mogen God danken en loven, die ons onze kinderen schenkt en ons met hen in zijn liefde wil bewaren. Want als wij onze kinderen laten dopen, is het eerste waar wij uiting aan willen geven onze dankbaarheid tegenover God. Er is vreugde in ons, dat er een mens ter wereld is gekomen. Wij weten echter ook dat het mens-zijn van alle kanten bedreigd wordt, van buitenaf en van binnenuit. In onze zorg hierover is het voor ons een vertroosting en een verdieping van onze vreugde, dat wij en onze kinderen gedoopt mogen worden. Het mag als teken en bevestiging worden gezien van Gods liefde en genade in Christus, van een leven in verbondenheid met Christus en in de gemeenschap van Christus, zijn Gemeente. Ook mogen we de doop zien als het bad van reiniging en geboorte: reiniging van zonde en geboorte tot een leven in overgave aan en liefde voor Christus. En wat als een zaadje begint, mag uitgroeien tot een boom die vrucht draagt voor Gods Koninkrijk.

Wij dopen in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Want:

– Wij geloven in God als onze Vader, die ons in Zijn genade, bewezen in Zijn Zoon, altijd blijft zien en liefhebben als Zijn kinderen. 

– Wij geloven in Jezus Christus, de Zoon van God, die mens is geworden en Zijn leven voor ons heeft gegeven opdat wij door Hem en in Hem opstaan tot een nieuw en eeuwig leven met Hem, in hemel en op aarde.

– Wij geloven in de Heilige Geest, die ons dagelijks wil vernieuwen naar het beeld van Christus, ons wil leiden in alle waarheid en onze ogen wil openen voor de werkelijkheid van en uitzicht op het Koninkrijk van God.

Op dit geloof is de kerk gebouwd. Zo worden wij in de doop door God geroepen tot gehoorzaamheid, tot geloof, hoop en liefde tegenover God en tegenover elkaar. Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf, wij leven voor God, onze Heer; Hem behoren wij toe.

Wij zingen: Lied 886

Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.

U alleen doorgrond mijn hart,

U behoort het toe.

Laat mijn hart steeds vurig zijn,

U laat nooit alleen.

Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.

Abba, Vader, laat mij zijn slechts van U alleen.

Dat mijn wil voor eeuwig zij

d’Uwe en anders geen.

Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer.

Laat mij nimmer gaan.

Abba, Vader, laat mij zijn, slechts van U alleen.

– Ondertussen wordt Wouter binnengebracht

Doopvragen (doopouders gaan staan)

Zingen: Lied 79, bundel Geroepen om te zingen

Verbonden met vader en moeder, natuurlijk het meest met die twee,

maar ook met de andere mensen, vier jij hier dit feest met ons mee.

Refrein:

Je hebt al een naam, maar je krijgt er een bij op dit feest

want jij wordt gedoopt in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Je bent al een tijdje bij mensen, je naam is bij ons al vertrouwd.

En dus is het tijd om te vieren, dat God die je kent, van je houdt.

(Refrein)

Je bent een begrip aan het worden; steeds meer mensen noemen je naam;

ook God begint jouw naam te roepen en dus zijn wij hier nu tezaam.

(Refrein)

Nu mag je gaan leven met mensen verbonden in liefde en trouw

omdat zij vandaag bij dit dopen Gods Naam leggen naast die van jou.

(Refrein)

Doopgebed, doop & zegening

We gaan over tot doop en zegening – de kinderen uit de kerk mogen  naar voren komen

Dooptekst voor Wouter Huisman: Johannes 10:14-15: Jezus zegt: “Ik ben de Goede Herder. Ik ken jou en jij mag mij kennen, zoals de Vader mij kent en Ik de Vader ken”

Staande zingen we een zegenbede: Lied 415: 1 & 2

Zegen hem Algoede,

Neem hem in uw hoede

en verhef uw aangezicht

over hem en geef hem licht.

Stort op onze bede,

in zijn hart uw vrede

en vervul hem met de kracht

van uw Geest bij dag en nacht.

Vraag aan de gemeente:

Wilt u, als gemeente van Jezus Christus Wouter Huisman ontvangen in uw midden, en naar vermogen het Evangelie van Jezus Christus aan hem helpen doorgeven en voorleven, opdat hij zijn doop zal willen beamen en onze Heer zal willen leren liefhebben en volgen in de kracht van zijn Heilige Geest?

Antwoord van de gemeente: Ja, dat beloven wij.

Zingen: Lied 415:3

Amen, amen, amen!                                                                                 

dat wij niet beschamen

Jezus Christus onze Heer,

amen, God, uw Naam ter eer!

Overhandiging van doopkaart en doopkaars en van het cadeau van de zondagsschool

gedicht, gelezen door Linde de Graaf

Een paar druppels schoon water

leggen zoveel in ‘t verschiet…

nu begrijp je dat nog niet;

straks misschien wel; of… later..

God reikte je Zijn hand

al voor je zelfs maar wist

dat Hij er was en is

Hij legde zelf de band.

Die paar druppels schoon water

de belofte die Hij je gaf

dat wast nu, maar ook later

al het water van de zee niet af!

De kinderen mogen weer plaats nemen in de kerk

Dankgebed

De dopeling wordt weggebracht

Schriftlezing voor vierde Adventszondag: Zacharia  9:9-10

Juich, Sion,

Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde!

Je koning is in aantocht,

bekleed met gerechtigheid en zege.

Nederig komt hij aanrijden op een ezel,

op een hengstveulen, het jong van een ezelin.

Ik zal de strijdwagens uit Efraïm verjagen

en de paarden uit Jeruzalem;

de bogen worden gebroken.

Hij zal vrede stichten tussen de volken.

Zijn heerschappij strekt zich uit van zee tot zee,

van de Rivier tot de einden der aarde.

Zingen: Lied 438: 1 & 2

God lof! Nu is gekomen Gods aangename tijd:

de Koning onzer dromen, de Heer der heerlijkheid

treedt, zonder praal en pracht, in onze wereld binnen,

om hier te overwinnen de duivel en zijn macht.

Hij wilde zich verlagen en daalde van zijn troon;

een ezel mag Hem dragen, Hem sieren staf noch kroon.

Hij wil zijn koningsmacht en majesteit verhullen,

om ned’rig te vervullen wat God van Hem verwacht.

Tweede Schriftlezing: Efeziërs 2:14-18

Want Hij is onze vrede, Hij die met zijn dood de twee werelden één heeft gemaakt, de muur van vijandschap ertussen heeft afgebroken en de wet met zijn geboden en voorschriften buiten werking heeft gesteld, om uit die twee in zichzelf één nieuwe mens te scheppen. Zo bracht Hij vrede en verzoende Hij door het kruis beide in één lichaam met God, door in zijn lichaam de vijandschap te doden. Vrede kwam Hij verkondigen aan u die ver weg was en vrede aan hen die dichtbij waren: dankzij Hem hebben wij allen door één Geest toegang tot de Vader.

Preek: ‘Shalom – de vredekoning’

Zingen: Lied 433

Kom tot ons, de wereld wacht, 
Heiland, kom in onze nacht.
Licht dat in de nacht begint, 
kind van God, Maria ‘s kind.

Gij daalt van de Vader neer
tot de Vader keert Gij weer,
die de hel zijt doorgegaan
en hemelwaarts opgestaan.

Uw kribbe blinkt in de nacht
met een ongekende pracht.
Het geloof leeft in dat licht
waarvoor al het duister zwicht.

Lof zij God in ’t hemelrijk,
Vader, Zoon en Geest gelijk,
nu en overal altijd,
nu en tot in eeuwigheid

Dankgebed – voorbeden – Onze Vader

Inzameling van de gaven

Slotlied: Lied 150a

Geprezen zij God! Gij engelenkoor

dat steeds naar Hem hoort, prijs Hem om zijn Woord!

Gij hemelen, loof Hem wiens hand alles schiep,

die allen daar boven tot dankzegging riep.

Geprezen zij God! Gij allen op aard,

aanbid Hem die u als kind_ren aanvaardt.

Loof Hem die uw Heer is met juichende stem.

beantwoord zijn liefde: leeft altijd voor Hem!

Geprezen zij God! Laat alles wat leeft

nu zingen voor Hem die alles ons geeft.

Laat jub_len het orgel, laat harp en trompet

de glorie doen klinken van Hem die ons redt.

Geprezen zij God! Ons lied is gewijd

aan Hem die altijd ons helpt en geleidt

Om zijn goede schepping, om hemels genot,

zijn gunst en vergeving: geprezen zij God!

Heenzending en zegen