Liturgie voor zondag 8 december 2019

Tijdens deze dienst nemen een aantal ambtsdragers afscheid te weten Astrid Elzenaar-Elzenaar-Bromlewe als ouderling, Siebrand Bootsma als ouderling-gemeenteopbouw, Peter de Graaf als ouderling-voorzitter en Jelly Pen-Smit als ouderling-scriba, Peter Dekker en Tjepje Farnholt-Kruithof als diaken en Geert de Boer en Jan Kroes als ouderling-kerkrentmeester.

Mirjam de Graaf – de Vries wordt bevestigd als ouderling-scriba, Hendrik Elgersma en Henk Oosterveld als ouderling-kerkrentmeester en Johannes van der Veen als diaken . Voor de tweede termijn gaan verder Femmie Minnema-Hetebrij als diaken en Hennie Boltjes als jeugdouderling. We zijn dankbaar voor de inzet van hen die gaan en blij met hen die een ambt op zich willen nemen of voort willen zetten.

De kaars voor Tweede Advent wordt aangestoken door Noami Oord en het gedicht wordt gelezen door Jayden de Graaf:

Kijk eens naar de kaarsjes,

het feest komt dichterbij,

het lichtje brandt niet meer alleen,

er komt een tweede bij!

Welkom en mededelingen

Zingen: Lied 672: 1 & 3

Komt laat ons deze dag

met heilig vuur bezingen

en met vernieuwde vreugd, want God deed grote dingen.

Eens gaf de Heil’ge Geest

aan velen heldenmoed.

Bidt dat Hij ons vandaag

verlicht met Pinkstergloed

In ’t lichaam van de Heer

tot leden uitverkoren,

zijn wij door uwe kracht

als kindren nieuw geboren.

Deel dan uw gaven uit,

wees met uw kracht nabij.

Dat ieder op zijn plaats

een levend lidmaat zij.

Bemoediging en groet, beantwoord met Lied 195 (‘Klein Gloria’)

Ere zij de Vader en de Zoon

en de Heilige Geest,

als in den beginne, nu en immer

en van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

Zingen: Lied 84

Wat hou ik van Uw huis, Heer van de hemelse legers.

Ik kan zo sterk verlangen naar de binnenpleinen van de Heer.

Diep in mijn lijf is zo’n heimwee, zo’n blijvende schreeuw om de Levende God.

Een vogel is er thuis, Heer van de hemelse legers.

Een zwaluw voedt haar jongen op bij U onder de pannen, God.

Wonen bij U is een zegen, zo’n blijvende kans om te zingen voor U.

Gelukkig wie naar U vol van verlangen op weg zijn,

zelfs in het dorre bomendal zien zij een bron en regenval,

gaan zij van zegen tot zegen, naar God die verschijnt in Zijn heilige stad.

Ach hoor en kijk naar mij, Heer van de hemelse legers.

Ja liever één dag dicht bij U dan duizend dagen zonder U.

Liever bij U aan de drempel dan binnen te zijn in een duistere tent.

De Heer beveiligt ons, eer en geluk zal Hij geven

Hij heeft Zijn liefde nooit ontzegd aan mensen, eerlijk onderweg.

Heer van de Hemelse legers, gelukkig zijn zij die vertrouwen op U.

Gebed om Gods Tegenwoordigheid

Bevestiging en afscheid van ambtsdragers

Over de ambten

In het vergaderen en onderhouden van zijn Lichaam, de kerk,

maakt onze Heer Jezus Christus gebruik

van de dienst van mensen, aan wie Hij in de gemeente

een bijzondere taak heeft toevertrouwd.

Hun ambtswerk is bedoeld om de gelovigen

toe te rusten tot getuigenis en dienst in de wereld

en tot opbouw van het lichaam van Christus.

Zij mogen dit werk verrichten,

ziende op Hem,

die niet gekomen is om zich te laten dienen

maar om te dienen.

Deze dienstbaarheid in Christus’ Naam

krijgt een duidelijke gestalte in het ambt van de diakenen.

Vanouds hebben zij de taak om de tafels te bedienen

met inachtneming van het Woord van God,

dat de behoeftigen niet beschaamd worden.

Zij zamelen de gaven van de gemeente in

om allen, die hulp nodig hebben

– binnen of buiten de kerk, dichtbij of veraf –

te doen delen in de liefde van Christus.

Metterdaad en biddenderwijs komen zij op

voor het recht van de arme, die om hulp roept,

de ellendige en wie geen helper heeft.

Zo zullen zij bevorderen

dat armen en rijken elkaar ontmoeten,

want allen zijn zij schepselen van de Heer.

Aan deze verbondenheid met alle mensen

en met heel de schepping

herinneren zij ons telkens weer

als zij brood en beker bij ons doen rondgaan

wanneer wij het Heilig Avondmaal vieren

en wij de dood van de Heer verkondigen,

totdat Hij komt.

En zoals de oudsten in Israël

het volk vertegenwoordigden

en tegelijk opzicht hadden over het volk van God,

zo worden in de gemeente van Christus

de ouderlingen aangesteld

om de gemeente te houden aan haar roeping:

een koninkrijk van priesters

en een heilig volk te zijn.

Door op te treden als vertrouwenspersoon

en geweten van de gemeente in deze tijd

bemoedigen zij hun broeders en zusters, jong en oud,

in de navolging van Christus onze Heer.

En aan daartoe in het bijzonder aangewezen ouderlingen,

de ouderling-kerkrentmeesters, is de taak toevertrouwd

om zorg te dragen voor de materiele belangen van de gemeente,

voor zover van niet-diaconale aard.

Er is verscheidenheid in genadegaven

maar het is dezelfde Heer;

er is verscheidenheid in bedieningen,

maar het is dezelfde Heer;

en er is verscheidenheid in werkingen,

maar het is dezelfde God,

die alles in allen werkt.

Dient elkaar daarom

een ieder naar de genadegaven

en roeping die hij heeft ontvangen,

als goede rentmeesters

over de velerlei genade Gods,

tot heil van allen

en tot eer van onze drie-enige God:

Vader, Zoon en Heilige Geest.

Een belijdenislied en gebed: Abba Vader

Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe,

U alleen doorgrondt mijn hart, U behoort het toe.

Laat mijn hart steeds vurig zijn, U laat nooit alleen,

Abba, Vader, U alleen, U behoor ik toe.

Abba, Vader, laat mij zijn, slechts van U alleen,

dat mijn wil voor eeuwig zij, d’Uwe en anders geen.

Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer, laat mij nimmer gaan,

Abba, Vader, laat mij zijn, slechts van U alleen.

Bevestiging en zegening

De te bevestigen gemeenteleden worden naar voren geroepen: Mirjam de Graaf – de Vries, Hendrik Elgersma, Henk Oosterveld en Johannes van der Veen.

Vragen

Beste broeders en zuster: Nu wij over gaan tot jullie bevestiging in het ambt  mogen jullie aan allen hier aanwezig laten horen, dat jullie in geloof jullie dienst aanvaarden. Ik verzoek jullie daarom in alle oprechtheid antwoord te geven op de volgende vragen:

Ten eerste: Geloof je, dat God zelf je door zijn Gemeente tot dit ambt geroepen heeft?

Ten tweede: Aanvaard je de Heilige Schrift, bij het licht waarvan wij leven, als Woord van God en enige regel van het geloof zodat je ook verwerpt en daadwerkelijk wilt tegenstaan al wat daarmee strijdig is?

Ten derde: Beloof je jouw ambt trouw te bedienen, met liefde voor de gemeente en voor alle mensen die de Heer op je weg brengt; beloof je geheim te houden wat vertrouwelijk tot je gekomen is en beloof je je ambt te vervullen overeenkomstig de orde van onze kerk?

Wat is daarop jouw antwoord?

Zegening & bemoediging

Mirjam Licette Bianka de Graaf – de Vries

Tekst ter bemoediging: Jozua 1:9

Wees vastberaden en standvastig, laat je door niets weerhouden of ontmoedigen, want waar je ook gaat, de HEER, je God, staat je bij.

Johannes Abraham van der Veen

Tekst ter bemoediging: Romeinen 12:11

Laat jouw enthousiasme niet bekoelen, maar laat je aanvuren door de Geest en dien de Heer.

Hendrik Elgersma

Tekst ter bemoediging: Hebreeën 13:20

Moge de God van de vrede, die onze Heer Jezus, de machtige herder van de schapen, door het bloed van het eeuwig verbond uit de wereld van de doden heeft weggeleid, u toerusten met al het goede, zodat u zijn wil kunt doen

Hendrik Jan Oosterveld

Tekst ter bemoediging: Spreuken 3:21-22

Streef naar bedachtzaamheid en wijs beraad, verlies die nooit uit het oog. Ze zullen een bron van leven voor je zijn, een sieraad om je hals.

Staande zingen we het zegengebed: Lied 415: 1 & 2

Zegen hen, Algoede,

neem hen in uw hoede

en verhef uw aangezicht

over hen en geef hen licht.

Stort op onze bede,

in hun hart uw vrede,

en vervul hen met de kracht

van uw Geest bij dag en nacht.

Vraag aan de gemeente (gemeente staat)

Voorganger:

Gemeente van onze Here Jezus Christus,

Nu Mirjam de Graaf – de Vries is bevestigd als ouderling-scriba, Hendrik Elgersma en Henk Oosterveld als ouderling-kerkrentmeester en Johannes van der Veen als diaken, belooft u hen ook als zodanig in uw midden te aanvaarden, zoals dat van de Gemeente van Jezus Christus verwacht mag worden, hen te omringen met uw meeleven, en hen te dragen in uw gebeden?

Wat is daarop uw antwoord?

Gemeente: ‘Ja, dat beloven wij.’

Als bevestiging op ons antwoord zingen we Lied 415: 3

   Amen, amen, amen!

   Dat wij niet beschamen

   Jezus Christus onze Heer,

   amen, God, uw naam ter eer!

Voorganger:

De almachtige God en Vader van onze Here Jezus Christus geve jullie door zijn Heilige Geest zijn blijvende genade, zijn kracht, zijn liefde, zijn vrede, zijn geduld, zijn vrijmoedigheid en zijn vreugde en al de gaven die jullie nodig hebt in dit ambt, opdat jullie je dienst in dit ambt getrouw en met vrucht mogen vervullen.

In de Naam van de Drie-enige God

die leeft en regeert tot in eeuwigheid,

          Vader, Zoon en Heilige Geest.

          Amen.

(u mag weer gaan zitten)

Afscheid

De aftredende ambtsdragers, Astrid Elzenaar, Siebrand Bootsma, Peter de Graaf, Jelly Pen, Peter Dekker, Tjepje Farnholt, Geert de Boer en Jan Kroes worden naar voren geroepen, toegesproken en gezegend.

Wij zingen hen toe: Lied 416: 1 & 4

Ga met God en Hij zal met je zijn,

jou nabij op al je wegen

met zijn raad en troost en zegen.

Ga met God en Hij zal met je zijn

Ga met God en Hij zal met je zijn

tot wij weer elkaar ontmoeten

in zijn naam elkaar begroeten

Ga met God en Hij zal met je zijn.

De afgetreden ambtsdragers nemen plaats in de kerkbanken.

Dankgebed en overgang naar de dienst van het Woord

De kroon van de Koning…

Het projectlied ‘Kom en volg de ster’

Bij vertrek van de kinderen naar kindernevendienst zingen we:

Wij gaan voor even uit elkaar en delen nu het licht.
Dat licht vertelt ons iets van God. Op Hem zijn wij gericht.
 
Wij geven Gods verhalen door. En wie zich openstelt
ervaart misschien een beetje licht door wat er wordt verteld.
 
Straks zoeken wij elkaar weer op en elk heeft zijn verhaal
Het licht verbindt ons met elkaar: het is voor allemaal!

Schriftlezing: Ruth 4:9-22

Daarop sprak Boaz tot de oudsten en alle anderen die daar waren: ‘U bent er vandaag getuige van dat ik van Noömi het gehele bezit van Elimelech en dat van Kiljon en Machlon koop. Daarmee neem ik ook Ruth tot vrouw, de Moabitische, de vrouw van Machlon, om de naam van haar overleden man te laten voortleven op zijn land. Zo zal zijn naam niet verloren gaan bij zijn verwanten en de inwoners van de stad. U bent daar vandaag getuige van.’ ‘Ja,’ zeiden de oudsten en allen die bij de poort aanwezig waren, ‘daarvan zijn wij getuige. De HEER geve dat de vrouw die in uw huis komt zal zijn als Rachel en Lea, die beiden het huis van Israël groot hebben gemaakt, zodat ook u groot zult zijn in Efrata en uw naam in Betlehem zal voortbestaan. Moge uw huis worden als het huis van Peres, de zoon van Tamar en Juda, en wel door de kinderen die de HEER u bij deze jonge vrouw zal geven.’

Daarna nam Boaz Ruth bij zich, zij werd zijn vrouw, en hij sliep met haar. De HEER liet haar zwanger worden en ze baarde een zoon. De vrouwen zeiden tegen Noömi: ‘Geprezen zij de HEER, die jou vandaag iemand gegeven heeft die voor je zorgen zal. Moge zijn naam in Israël blijven voortbestaan! Hij zal je je levensvreugde teruggeven en je onderhouden als je oud bent, want je schoondochter, die je liefheeft en die meer waard is dan zeven zonen, heeft hem gebaard.’ Noömi nam de jongen op haar schoot en bleef hem vanaf dat moment verzorgen. De buurvrouwen gaven hem zijn naam. ‘Noömi heeft een zoon gekregen,’ zeiden ze, en ze noemden hem Obed. Hij is de vader van Isaï, die de vader is van David.

Schriftlezing: Jesaja 42:1-4

Hier is mijn dienaar, hem zal Ik steunen, hij is mijn uitverkorene, in hem vind Ik vreugde, Ik heb hem met mijn geest vervuld. Hij zal alle volken het recht doen kennen. Hij schreeuwt niet, hij verheft zijn stem niet, hij roept niet luidkeels in het openbaar; het geknakte riet breekt hij niet af, de kwijnende vlam zal hij niet doven. Het recht zal hij zuiver doen kennen. Ongebroken en vol vuur zal hij het recht op aarde vestigen; de eilanden zien naar zijn onderricht uit.

Preek: ‘Volg de ster’: De dienaar

Zingen: Jezus’ liefde voor mij, een lied van SELA

Dank U mijn Vader voor al uw genade, die U liefdevol geeft.

Genade die heiligt, mijn hart heeft gereinigd, door Hem die in mij leeft.

U heeft mij in liefde aanvaard, die mijn hart veranderd heeft.

U heeft mij rechtvaardig verklaard, wat mij rust en vrede geeft.

Refrein:

Al wat ik ben, dank ik aan Hem:

aan Jezus’ liefde voor mij.

Zolang ik besta, volg ik Hem na;

krijgt Hij gestalte in mij.

Laat mij verder groeien, laat vruchten opbloeien van uw heilige Geest.

Maak mij overvloedig, standvastig en moedig, geef mij wat nog ontbreekt.

Heer, werk met genade in mij: dat mijn hart U niet bedroeft.

Heer, maak mij gehoorzaam en vrij: Uw genade is mij genoeg.

(Refrein)

Niets houdt mij tegen mij over te geven, aan U: Jezus alleen.

U leidt mij door diepten; met krachtige liefde draagt U, mij erdoorheen.

U heeft mij de liefde verklaard, die mijn hart veroverd heeft.

U bent mijn bewondering waard: U bent alles waar ik voor leef!

(Refrein)

Dankgebed – voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Inzameling van de gaven.

Slotlied (staande): Lied 89 Zingende Gezegend

(melodie Lied 654 – Zing nu de Heer, stemt allen in)

Verheugt u in de Heer, altijd,

dat zich uw hart verblijde;

en laat daarbij uw vriend’lijkheid

aan alle mensen blijken.

De Heer komt weer! – Hij is nabij,

verheugt u zeer, weest blij, weest blij,

nu en te allen tijde!

Weest in geen enkel ding bezorgd!

Is het u bang te mode,

brengt dan uw wens én dank bij God –

Hij keert het kwaad ten goede.

In Christus zal, van hogerhand,

Gods vrede boven ons verstand

uw hoofd en hart behoeden.

Verheugt u in de Heer, altijd,

dat zich uw hart verblijde;

en dat als licht uw vriend’lijkheid

zich wijd en zijd verspreide,

want Christus komt – Hij is nabij,

verheugd u zeer, weest blij, weest blij,

weest blij, te allen tijde!

Heenzending en zegen, beantwoord met Lied 150a: 1 & 2

Geprezen zij God! Gij engelenkoor

dat steeds naar Hem hoort, prijs Hem om zijn Woord!

Gij hemelen, loof Hem wiens hand alles schiep,

die allen daar boven tot dankzegging riep.

Geprezen zij God! Gij allen op aard,

aanbid Hem die u als kind’ren aanvaardt.

Loof Hem die uw Heer is met juichende stem.

beantwoord zijn liefde: leeft altijd voor Hem!