Liturgie voor zondag 4 april 2021

Welkomstwoord – afkondigingen

Lied 132, Evangelische Liedbundel

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.

Uit een blinkend stromen

daald’ een engel af

heeft de steen genomen

van ‘t verwonnen graf.

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.

Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!

Hij brengt al de zijnen

in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren,

blijd’ en welgezind,

en zegt telken kere: ‘Christus overwint!’

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

                                   die mij heeft genezen,

                                   die mij vrede geeft?

                                   In zijn godd’lijk wezen

                                    is mijn glorie groot,

                                   niets heb ik te vrezen in leven en dood.

                                   U zij de glorie, opgestane Heer,

                                   U zij de victorie, nu en immermeer!

Bemoediging en groet – gebed om Gods Tegenwoordigheid

Lied 624

Christus, onze Heer, verrees,

halleluja !

Heilge dag na angst en vrees,

halleluja !

Die verhoogd werd aan het kruis,

halleluja,

bracht ons in Gods vrijheid thuis,

halleluja !

Prijst nu Christus in ons lied,

halleluja,

die in heerlijkheid gebiedt,

halleluja,

die aanvaardde kruis en graf,

halleluja,

dat Hij zondaars ’t leven gaf,

halleluja !

Maar zijn lijden en zijn strijd,

halleluja,

heeft verzoening ons bereid,

halleluja !

Nu is Hij der heemlen Heer,

halleluja !

Englen juublen Hem ter eer,

halleluja !

Het Paasevangelie: Johannes 20:1-31

Rabboeni!

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem hebben neergelegd.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’

Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

Lied 161

O vlam van Pasen, steek ons aan,

de Heer is waarlijk opgestaan!

De zoon, voor wie het duister zwicht,

de zoon is als de zon zo licht!

De vader laat niet in het graf

zijn kind dat zoveel vreugde gaf,

Hij tilt het uit de kille grond-

het loopt als vuur de wereld rond.

De oude nacht voorgoed gedood,

de toekomst kleurt de morgen rood;

ziehier hoe God vergevend is

en hoe zijn liefde levend is.

Ziehier het licht van lage duur,

Ziehier de Zoon, de zon, het vuur;

o vlam van Pasen, steek ons aan-

de Heer is waarlijk opgestaan!

Mijn Heer en mijn God!

Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’

Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer en mijn God!’ Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’

Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de Messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam.

Verkondiging: ‘Ontvang het Leven’

Lied 614

1

Jezus leeft en ik met Hem!

Dood, waar is uw schrik gebleven?

Hem behoor ik en zijn stem

roept ook mij straks tot het leven,

opdat ik zijn licht aanschouw,

dit is al waar ik op bouw.

2

Jezus leeft! Hem is het rijk

over al wat is gegeven.

En ik zal, aan Hem gelijk,

eeuwig heersen, eeuwig leven.

God blijft zijn beloften trouw,

dit is al waar ik op bouw.

3

Jezus leeft! Hem is de macht.

Niets kan mij van Jezus scheiden.

Hij zal, als de vorst der nacht

mij te na komt, voor mij strijden.

Drijft de vijand mij in ’t nauw,

dit is al waar ik op bouw.

4

Jezus leeft! Nu is de dood

mij de toegang tot het leven.

Troost en kracht in stervensnood

zal de Levende mij geven,

als ik stil Hem toevertrouw:

Gij zijt al waar ik op bouw!

Dankgebed-voorbede-stil gebed-Onze Vader

Zegen

Lied 125 Evangelische Liedbundel

1     Geprezen zij de Heer die eeuwig leeft,

            die vol ontferming ieder troost

            en alle schuld vergeeft

            die al het aards gebeuren vast in handen heeft.

            Refrein:

            Hem zij de glorie, want Hij die overwon

            zal nooit verlaten wat zijn hand begon.

            Halleluja, geprezen zij het Lam,

            dat de schuld der wereld op zich nam.

2     Verdreven is de schaduw van de nacht,

            en wie Hem wil aanvaarden

            wordt eens veilig thuisgebracht.

            Voor hem geldt ook dit wonder:

            alles is volbracht

            (Refrein)                                                                                                                                           

3     Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht,

            dat uitstraalt van het kruis

            dat eens voor ons werd opgericht,

            en voor ons oog verrijst een heerlijk vergezicht

            (Refrein)

PASEN

Ik was gestorven, maar ik lééf!

Want Christus leeft in mij;

Hij was het, Die mijn angst verdreef,

nu schijnt Zijn zon in mij,

nu waait Zijn adem door mij heen,

nu zing ik een nieuw lied:

ik ben in’t donker niet alleen,

de dood bedreigt mij niet.

‘t Is Pasen! God heeft het laatste woord,

de duivel is gezwicht,

de dood is slechts een donk’re poort

die voert naar eeuwig licht.

Nu zal ’k van vreugd’ naar vreugde gaan,

in droefheid zelfs nog blij:

‘k ben tot nieuw leven opgestaan,

want Christus leeft in mij!

Gezegende Paasdagen