Liturgie voor zondag 21 november 2021

Tijdens deze dienst zullen we de gemeenteleden gedenken, die het afgelopen kerkelijk jaar zijn overleden. We noemen te midden van de gemeente hun namen voor het aangezicht van de levende God. De nabestaanden van de overleden gemeenteleden worden in de gelegenheid gesteld om een kaars te ontsteken aan de Paaskaars. Deze kaars staat symbool voor de opgestane Heer. Hij die om onze zonde aan het kruis gestorven is en onze zonde en pijnen gedragen heeft is opgestaan uit de dood en leeft tot in eeuwigheid. Dat kruis is voor ons het teken van nieuw leven geworden, eeuwigheidsleven zelfs, voor ons verkregen door Gods geliefde Zoon.  In het verdriet dat er is, willen we ons daarbij laten bepalen en bemoedigen. Hij is Degene die nieuw leven schenkt…over de grens van de dood heen.

Woord van welkom

Lied 413 Nieuwe Liedboek

Grote God, wij loven U,

Heer, o sterkste aller sterken!

Heel de wereld buigt voor U

en bewondert Uwe werken.

Die Gij waart te allen tijd,

blijft Gij ook in eeuwigheid.

Alles wat U prijzen kan,

U, de Eeuw’ge, Ongeziene,

looft uw liefd’ en zingt ervan.

Alle eng’len, die U dienen,

roepen U nooit lovensmoe:

Heilig, heilig, heilig toe!

Heer, ontferm U over ons,

open uwe Vaderarmen,

stort uw zegen over ons,

neem ons op in uw erbarmen.

Eeuwig blijft uw trouw bestaan

laat ons niet verloren gaan.

Stil Gebed, Bemoediging en Groet aansluitend zingen we het ‘Klein Gloria’

Ere zij de Vader en de Zoon, en de Heilige Geest

als in den beginne, nu en immer

en van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Amen.

Lied 33 Joh. de Heer

Er ruist langs de wolken een lieflijke naam,

die hemel en aarde verenigt te zaam,

geen naam is er zoeter en beter voor ’t hart;

hij balsemt de wonden en heelt alle smart.

Kent gij, kent gij, die naam nog niet?

Die naam draagt mijn Heiland, mijn lust en mijn lied.

Die naam is naar waarheid mijn Jezus ook waard,

want Hij kwam om zalig te maken op aard.

Zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf,

genade bij God, door Zijn zoenbloed verwierf.

Kent Gij, kent gij, die Jezus niet,

die om ons te redden de hemel verliet.

Gebed

Lied 8b Nieuwe Liedboek

1

Zie de zon, zie de maan

Zie de sterren in hun baan

Sterren ontelbaar Overal vandaan

Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan

Heer hoe heerlijk is Uw naam!

2

Hoor de zee, hoor de wind

Hoor de regen als hij zingt

Druppels ontelbaar in de oceaan

Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan

Heer hoe heerlijk is Uw naam!

3

Ruik een bloem, ruik een vrucht

Ruik de geuren in de lucht

Geuren ontelbaar zweven af en aan

Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan

Heer hoe heerlijk is Uw naam!

4

Voel je hart, voel je huid

Voel je adem als je fluit

Mensen ontelbaar overal vandaan

Onvoorstelbaar wonderlijk gedaan

Heer hoe heerlijk is Uw naam!

5

Zie ik de zon de sterren en de maan

Wat een wonder dat ik mag bestaan

Heer hoe heerlijk is Uw naam

Heer hoe heerlijk is Uw naam!

De kinderen gaan naar de kindernevendienst. Wij zingen met hen:

Wij gaan voor even uit elkaar en delen nu het licht

Dat licht vertelt ons iets van God – op Hem zijn wij gericht

Wij geven Gods verhalen door en wie zicht openstelt
ervaart misschien een beetje licht door wat er wordt verteld.
 
Straks zoeken wij elkaar weer op en elk heeft zijn verhaal
Het licht verbindt ons met elkaar: het is voor allemaal!

Geloofsbelijdenis

Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,

Schepper van hemel en aarde.

En in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer,

Die ontvangen is van de Heilige Geest,

geboren uit de maagd Maria,

die geleden heeft onder Pontius Pilatus,

is gekruisigd, gestorven en begraven,

neergedaald in het rijk van de dood,

op de derde opgestaan uit de dood,

opgevaren ten hemel,

zittende aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,

van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.

Ik geloof in de Heilige Geest,

ik geloof één heilige, algemene christelijke kerk,

de gemeenschap der heiligen,

vergeving der zonden,

lichamelijke opstanding uit de dood

en een eeuwig leven.

Lied 376 – Evangelische Liedbundel

Abba, Vader, U alleen,

U behoor ik toe.

U alleen doorgrondt mijn hart,

U behoort het toe.

Laat mijn hart steeds vurig zijn,

U laat nooit alleen.

Abba, Vader, U alleen.

U behoor ik toe.

Abba, Vader, laat mij zijn

slechts van U alleen.

Dat mijn wil voor eeuwig zij

d’ uwe en anders geen.

Laat mijn hart nooit koud zijn, Heer.

Laat mij nimmer gaan.

Abba, Vader, laat mij zijn

slechts van u alleen.

Eerste Schriftlezing: Jesaja 55: 1-9

Hierheen! Hier is water, voor ieder die dorst heeft. Kom, ook al heb je geen geld. Koop hier je voedsel en eet. Kom, koop voedsel zonder geld, koop wijn en melk zonder betaling. Waarom geld betalen voor iets dat geen brood is, je loon besteden aan wat niet verzadigen kan? Luister aandachtig naar Mij, en je zult ruimschoots te eten hebben en genieten van een overvloedig maal. Leen Mij je oor en kom bij Mij, luister, en je zult leven. Ik sluit met jullie een eeuwigdurend verbond, als blijvende bevestiging van mijn liefde voor David. Hem heb Ik aangesteld als getuige voor de volken, als vorst en heerser over de naties. Ook jij zult een volk ontbieden dat je nog niet kende, en een volk dat jou nog niet kende zal zich haasten om bij je te zijn, omwille van de HEER, je God, de Heilige van Israël, die je deze luister heeft verleend. Zoek de HEER nu Hij zich laat vinden, roep Hem terwijl Hij nabij is. Laat de goddeloze zijn slechte weg verlaten, laat de onrechtvaardige zijn snode plannen herzien. Laat hij terugkeren naar de HEER, die zich over hem zal ontfermen; laat hij terugkeren naar onze God, die hem ruimhartig zal vergeven. Mijn plannen zijn niet jullie plannen, en jullie wegen zijn niet mijn wegen – spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven, en mijn plannen jullie plannen.

Tweede Schriftlezing: Openbaringen 21:1-7

Ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbij, en de zee is er niet meer. Toen zag ik de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, uit de hemel neerdalen, bij God vandaan. Ze was als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man en hem opwacht. Ik hoorde een luide stem vanaf de troon, die uitriep: ‘Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij hen wonen. Zij zullen zijn volken zijn en God zelf zal als hun God bij hen zijn. Hij zal alle tranen uit hun ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was is voorbij.’

Hij die op de troon zat zei: ‘Alles maak Ik nieuw!’ – Ik hoorde zeggen: ‘Schrijf het op, want wat hier wordt gezegd is betrouwbaar en waar.’ – Toen zei Hij tegen mij: ‘Het is voltrokken! Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Wie dorst heeft geef Ik vrij te drinken uit de bron met water dat leven geeft. Wie overwint vallen deze dingen toe. Ik zal zijn God zijn en hij zal mijn kind zijn.

Verkondiging  

Lied 653 Nieuwe Liedboek, vers 1, 2, 5 & 6

1    

U kennen, uit en tot U leven,

Verborgene die bij ons zijt,

zolang ons ‘t aanzijn is gegeven,

de aarde en de aardse tijd,

o Christus, die voor ons begin

en einde zijt, der wereld zin!

2    

Gij zijt het brood van God gegeven,

de spijze van de eeuwigheid;

Gij zijt genoeg om van te leven

voor iedereen en voor altijd.

Gij voedt ons nog, o hemels brood,

met leven midden in de dood.

5         

Gij zijt het water ons ten leven;

de bronnen van de eeuwigheid

zijn ons ter lafenis gegeven,

zijn doorgebroken in de tijd.

O Gij, die als een bron ontspringt

in elk die tot U komt en drinkt.

6         

O Christus, ons van God gegeven,

Gij tot in alle eeuwigheid

de weg, de waarheid en het leven,

Gij zijt de zin van alle tijd.

Vervul van dit geheimenis

uw kerk die in de wereld is.

WIJ GEDENKEN

Wij noemen de namen van hen die ons zijn ontvallen en gedenken hen in het licht van Pasen:

Trijntje Poelsema-Miggels

Jan Oord

Alida van Dijk-Oord

Hiltje Otten-Tietema

Hendrikje Hoen- van der Linde

Jacob Akse

Lied 727 Nieuwe Liedboek, vers 1

Voor alle heil’gen in de heerlijkheid

die U beleden in hun aardse strijd,

zij uw naam lof, o Jezus, te allen tijd!

Halleluja, halleluja!

Theo van Muijen

Peter Kraak

Tjeerd de Boer

Tjitske Veenstra – van Eijck

Siemen Dolstra

Wij ontsteken de laatste kaars en om in het licht van Pasen hen te gedenken die we meedragen in onze harten

Lied 727 Nieuwe Liedboek, vers 10

Van alle einders, van de verste kust

zullen zij vinden vrede, feest en rust,

U lovend, Vader, Zoon, Heilige Geest!

Halleluja, halleluja!

U hoort ‘Een toekomst vol van hoop (Sela) – meezingen mag

In de nacht van strijd en zorgen 

kijken wij naar U omhoog,

biddend om een nieuwe morgen, 

om een toekomst vol van hoop. 

Ook al zijn er duizend vragen,    

al begrijpen wij U niet,             

U blijft ons met liefde dragen, 

U die alles overziet.   

U geeft een toekomst vol van hoop; 

dat heeft U aan ons beloofd.                       

Niemand anders, U alleen, 

leidt ons door dit leven heen. 

U heeft ons geluk voor ogen. 

Jezus heeft het ons gebracht. 

Mens, als wij, voor ons gebroken

in de allerzwartste nacht.                  

U bent God, de Allerhoogste,

God van onbegrensde macht.

Wij geloven en wij hopen

op het einde van de nacht.

 – GEBEDEN –

Dankgebed en voorbede – het ‘Onze Vader’

Inzameling van de gaven is na de dienst bij de uitgang

Lied 132, Evangelische Liedbundel

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.

Uit een blinkend stromen,

daald’ een engel af,

heeft de steen genomen

van ’t verwonnen graf.

U zij de glorie, opgestane Heer!

U zij de victorie, nu en immermeer.

Ziet Hem verschijnen, Jezus onze Heer!

Hij brengt al de zijnen in zijn armen weer.

Weest dan volk des Heren,

blijd’ en welgezind,

en zegt telkenkere:

Christus overwint!

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft,

Die mij heeft genezen,

Die mij vrede geeft?

In zijn godd’lijk wezen

is mijn glorie groot,

niets heb ik te vrezen in leven en dood.

U zij de glorie, opgestane Heer,

U zij de victorie, nu en immermeer.

Heenzending en zegen, beantwoord met Lied 415: 3

Amen, amen, amen

Dat wij niet beschamen

Jezus Christus, onze Heer

Amen, God, uw Naam ter eer!