Liturgie voor Zondag 14 Juli

Hervormde Gemeente Oldemarkt

Orde van de dienst op zondag 14 juli om 09.30 uur

Welkom en mededelingen

Zingen: Intochtslied: Lied 89: 1 en 4

(Ik zal zo lang ik leef)

Bemoediging en Groet

Zingen: Lied 89: 7

(Hoe zalig is het volk)

Gebed

Genadeverkondiging: Efeziërs 2: 4 – 10

Eén in Christus

De apostel Paulus zegt:Maar omdat God zo ​barmhartig​ is, omdat de ​liefde​ die hij voor ons heeft opgevat zo groot is, heeft hij ons, die dood waren door onze ​zonden, samen met ​Christus​ levend gemaakt. Ook u bent nu door zijn ​genade​ gered. Hij heeft ons samen met hem uit de dood ​opgewekt​ en ons een plaats gegeven in de hemelsferen, in ​Christus​ ​Jezus. Zo zal hij, in de eeuwen die komen, laten zien hoe overweldigend rijk zijn ​genade​ is, hoe goed hij voor ons is door ​Christus​ ​Jezus. Door zijn ​genade​ bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in ​Christus​ ​Jezus​ geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.

Zingen: Lied 203: 1, 3 en 4 (Evangelische Liedbundel)

(Genade, zo oneindig groot)

Leefregel: Efeziërs 4: 1 – 3 (BGT)

Leef in vrede met elkaar

De apostel Paulus zegt: Jullie weten dat ik in de ​gevangenis​ zit omdat ik de ​Heer​ dien. Vanuit de ​gevangenis​ vraag ik jullie om te leven op een manier die bij christenen past.

God heeft jullie uitgekozen. Denk daarom niet aan jezelf, maar wees altijd vriendelijk en geduldig. Verdraag elkaars fouten, en houd van elkaar. De ​heilige​ Geest​ heeft ervoor gezorgd dat jullie een eenheid zijn. Doe je uiterste best om die eenheid te bewaren, door in ​vrede​ met elkaar te leven.

Kinderen: https://www.youtube.com/watch?v=HPH6feQAxFk

(Storm op zee)

Uitleg en gebed

Kinderen gaan naar de nevendienst

Lied: Wij gaan voor even uit elkaar…

Bede om de opening van het Woord

Evangelielezing Lukas 8: 22-25 (NBV)

Op een van die dagen stapte hij in een boot, samen met zijn leerlingen, en zei tegen hen: ‘Laten we naar de overkant van het meer gaan, ‘en ze voeren het meer op.

Onderweg viel hij in slaap. Er kwam een wervelstorm opzetten, zodat de boot water maakte en dreigde te zinken.

Ze maakten hem wakker en riepen: ‘Meester, Meester, we vergaan!’ Hij stond op en sprak de wind en de golven bestraffend toe. Daarop ging de wind liggen en kwam het water tot rust.

Hij vroeg hun: ‘Waar is jullie geloof?’ De leerlingen waren geschrokken en zeiden vol verbazing tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het water zijn bevelen gehoorzamen?’

Zingen: Lied 187 Evangelische Liedbundel

(’t Scheepke onder Jezus’ hoede)

Schriftlezing: Handelingen 27 :1-2, 9-11, 13-15, 37, 39-44

1 Toen het besluit gevallen was dat wij naar Italië zouden gaan, werden Paulus en enkele andere gevangenen overgedragen aan Julius, een centurio van een van de keizerlijke cohorten.

2  We gingen aan boord van een schip uit Adramyttium, dat de havens langs de kust van Asia zou aandoen, en voeren weg.

9  Er was al geruime tijd verstreken en ook de tijd van het vasten was al voorbij, zodat het gevaarlijk werd om uit te varen. Daarom waarschuwde Paulus de bemanning als volgt:

10  ‘Ik voorzie grote moeilijkheden als we nu uitvaren: niet alleen lopen de lading en het schip gevaar, maar ook onze levens.’

11  Maar de centurio stelde meer vertrouwen in de stuurman en de kapitein dan in de woorden van Paulus.

13  Toen er vanuit het zuiden een lichte bries opstak, dachten ze hun plan te kunnen uitvoeren. Ze lichtten het anker en kozen zee, en voeren zo dicht mogelijk onder de kust van Kreta.

14  Maar al spoedig stak er een hevige aflandige wind op, die Eurakylon wordt genoemd.

15  Omdat het schip werd meegesleurd en we geen kans zagen bij te draaien, gaven we onze pogingen op en lieten ons meedrijven.

37  In totaal waren we met tweehonderdzesenzeventig mensen aan boord.

39  Toen het licht werd, herkenden ze de kust niet, maar ze zagen een baai met een strand en besloten een poging te doen om het schip daar aan de grond te zetten.

40  Ze maakten de ankers los en gaven ze prijs aan de zee, en tegelijkertijd haalden ze de riemen weg waarmee het dubbelroer vastzat. Toen hesen ze het voorzeil en hielden voor de wind aan op het strand.

41  Ze stootten echter op een zandbank, en daar liep het schip aan de grond. De boeg kwam onbeweeglijk vast te zitten, en door het geweld van de golven begon de achtersteven te breken.

42  De soldaten vatten het plan op om de gevangenen te doden, zodat niemand zwemmend zou kunnen vluchten.

43  Maar de centurio, die wilde dat Paulus in leven bleef, verijdelde hun plan en gaf bevel dat eerst degenen die konden zwemmen overboord moesten springen om aan land te gaan

44  en daarna de anderen, op planken of stukken wrakhout. En zo kwamen allen behouden aan wal.

Pas toen we veilig en wel aan land waren gekomen, hoorden we dat het eiland Malta heette.

Zingen: Gezang 445: 1 en 3 Liedboek 1973

(God heeft mij zijn Zoon gegeven)

Verkondiging

Zingen Lied 73: 1 en 2  Joh. de Heer

1

Zie ons wachten aan de stromen,

Aan de oever der rivier;

Straks zal onze Bootsman komen,

En wij varen af van hier.

Refrein:

Hoe de storm ook moge woeden,

Op de reis naar d’ eeuwigheid,

Jezus is de trouwe Bootsman,

Die ons altijd veilig leidt.

2

Door de kille, kille stromen,

Gaan wij naar het Godspaleis;

’t Eng’lenlied klinkt uit de verte

En verkwikt ons op de reis.

Refrein:

Hoe de storm ook moge woeden,

Op de reis naar d’ eeuwigheid,

Jezus is de trouwe Bootsman,

Die ons altijd veilig leidt.

Gebed

Collecte

Lied 864: 1 en 2

(Laat ons de Heer lofzingen,)

Zegenbede (gesproken amen)

Lied 864: 5

(Daarom lof zij de Here)