Liturgie voor Goede Vrijdag 2 april 2021

Orgelspel

Woord van welkom – Afkondigingen

Zingen: Lied 91 Nieuwe Liedboek: 1 & 8

Heil hem wien God een plaats bereidt

in zijn verheven woning:

hij overnacht in veiligheid

bij een almachtig koning.

Ik zeg tot God: Gij zijt mijn schild,

mijn toevlucht en mijn veste,

op U vertrouw ik, HEER, Gij wilt

voor mij altijd het beste.

Ik zal hem redden uit de nood,

spreekt God, en hem verhogen;

dat hij Mij toebehoort, zal groot

verschijnen voor elks ogen.

Ik zal hem ’t leven, tot zijn vreugd,

verlengen, lange jaren,

en ’t heil dat eindeloos verheugt

in volheid openbaren.

Bemoediging & Groet – Gebed om Gods Tegenwoordigheid

Zingen: Gezang 180 Liedboek der kerken: 1,2

Gethsémane, die nacht moest eenmaal komen.

De Heiland heeft bewust die weg genomen.

Hij laat zijn doel niet los, wijkt niet terzijde,

aanvaardt het lijden.

Laat Vader, deze beker Mij voorbijgaan;

waar zijn de englen die Mij kunnen bijstaan?

Maar, zo Ik niet dit lijden mag ontvlieden,

uw wil geschiede.

Lezing: Johannes 18:28-38a

Jezus werd van Kajafas naar het pretorium gebracht. Het was nog vroeg in de morgen. Zelf gingen ze niet naar binnen, om zich niet te verontreinigen voor het Pesachmaal. Daarom kwam Pilatus naar buiten en vroeg: ‘Waarvan beschuldigt u deze man?’ Ze antwoordden: ’Als hij geen misdadiger was, zouden we hem niet aan u uitgeleverd hebben.’ Pilatus zei: ‘Neem hem dan mee, en veroordeel hem volgens uw eigen wet.’ Maar de Joden wierpen tegen: ‘Wij hebben het recht niet om iemand ter dood te brengen.’ Zo ging de uitspraak van Jezus in vervulling waarin Hij aanduidde welke dood Hij sterven zou.

Nu ging Pilatus het pretorium weer in. Hij liet Jezus bij zich komen en vroeg hem: ‘Ben U de koning van de Joden?’ Jezus antwoordde: ‘Vraagt u dit uit uzelf of hebben anderen dit over mij gezegd?’ ‘Ik ben toch geen Jood,’ antwoordde Pilatus. ‘Uw volk en uw hogepriesters hebben u aan mij uitgeleverd – wat hebt u gedaan?’ Jezus antwoordde: ’Mijn koningschap behoort niet bij deze wereld. Als mijn koningschap bij deze wereld hoorde, zouden mijn dienaren wel gevochten hebben om te voorkomen dat ik aan de de Joden werd uitgeleverd. Maar mijn koninkrijk is niet van hier.’ Pilatus zei: ‘U bent dus Koning?’ ‘U zegt dat Ik koning ben,’ zei Jezus. ‘Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen, en ieder die de waarheid is toegedaan, luistert naar wat Ik zeg.’ Hierop zei Pilatus: ‘Maar wat is waarheid?’ Na deze woorden ging hij weer naar de Joden buiten. ‘Ik heb geen schuld in hem gevonden,’ zei hij. ‘Maar het is bij u gebruikelijk dat ik met Pesach iemand vrijlaat – wilt u dat ik de koning van de Joden vrijlaat?’ Toen begon iedereen te schreeuwen: ‘Hem niet, maar Barabbas!’ Barabbas was een misdadiger;

Zingen: Gezang 181 Liedboek der kerken: 1 & 2

Noem de overtreding mij, die Gij begaan hebt,

het kwaad, gekruiste Heer, dat Gij gedaan hebt,

waaraan uw volk U schuldig heeft bevonden,

noem mij uw zonden.

Gij wordt gegeseld en gekroond met doornen,

geminacht als de minste der verloornen,

en als een booswicht, die zijn straf moet dragen,

aan ’t kruis geslagen.

Lezing: Johannes 19:1-16a

Toen liet Pilatus Jezus geselen. De soldaten van de prefect namen Jezus mee naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om Hem heen. Ze kleedden Hem uit en deden Hem een scharlakenrode mantel om, ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven Hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,’ en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. Nadat ze Hem zo hadden bespot, trokken ze Hem de mantel uit, deden Hem zijn kleren weer aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen.

Bij het verlaten van het pretorium troffen ze een man uit Cyrene die Simon heette, en Hem dwongen ze het kruis te dragen. Zo kwamen ze bij de plek die Golgotha genoemd werd, wat ‘schedelplaats’ betekent. Ze gaven Jezus met gal vermengde wijn, maar toen Hij die geproefd had, weigerde Hij ervan te drinken. Nadat ze Hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen, en ze bleven daar zitten om Hem te bewaken. Boven zijn hoofd bevestigden ze de aanklacht, die luidde: ‘Dit is Jezus, de koning van de Joden’.

Zingen: Gezang 181 Liedboek der kerken: 3 & 4

Zeg mij, waarom men U aldus gehoond heeft,

U dus, mijn vorst, gescepterd en gekroond heeft!

Om voor mijn schuld verzoening te verwerven,

moest Gij dùs sterven?

Hoe vreemd, dat voor de schapen zijner weide

de herder zelf ter slachtbank zich liet leiden,

de heer zich voor de schulden zijner knechten

aan ’t kruis liet hechten.

Lezing: Johannes 19:16b-30

Zij voerden Jezus weg; Hij droeg zelf het kruis naar de zogeheten Schedelplaats, in het Hebreeuws Golgotha. Daar kruisigden ze Hem, met twee anderen, aan weerskanten één, en Jezus in het midden. Pilatus had een inscriptie laten maken die op het kruis bevestigd werd. Er stond op ‘Jezus uit Nazareth, koning van de Joden’. Het stond er in het Hebreeuws, het Latijn en het Grieks, en omdat de plek waar Jezus gekruisigd werd dicht bij de stad lag, werd deze inscriptie door veel Joden gelezen. De hogepriesters van de Joden zeiden tegen Pilatus: ‘U moet niet “koning van de Joden” schrijven, maar “Deze man heeft beweerd: Ik ben de koning van de Joden”.’ ‘Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven,’ was het antwoord van Pilatus.

Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’ Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt: ‘Ze verdeelden mijn kleren onder elkaar en wierpen het lot om mijn gewaad.’ Dat is wat de soldaten deden.

Bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder met haar zuster, Maria, de vrouw van Klopas, en Maria uit Magdala. Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.

Toen wist Jezus dat alles was volbracht, en om de Schrift geheel in vervulling te laten gaan zei Hij: ‘Ik heb dorst.’ Er stond daar een vat zure wijn; ze staken er een majoraantak met een spons in en brachten die naar zijn mond. Nadat Jezus ervan gedronken had zei Hij: ‘Het is volbracht.’ Hij boog zijn hoofd en gaf de geest.

Zingen: Gezang 181 Liedboek der kerken: 5 & 6

O wonderbare liefde, die ons denken

te boven gaat, wat kan mijn liefd’ U schenken,

wat ooit bereiken de arbeid mijner dagen,

dat U behage?

O liefde, voor dit offer van uw leven,

wat kan ik, dan mijzelf ten offer geven,

opdat ik nooit, hetzij ik leev’ of sterve,

uw liefde derve!

Verkondiging: Koning…

Zingen: Lied 578: 1, 4, 5 & 6

O kostbaar kruis, o wonder Gods,

waaraan de Prins der glorie stierf;

ik wil om U zijn zonder trots,

ik acht verlies wat ik verwierf.

Het rode bloed, zijn koningskleed

bedekt het schandelijke kruis,

dat wordt door alles wat Hij leed

de levensboom van ’t paradijs.

En door zijn dood en door zijn bloed

is nu de wereld dood voor mij.

Ik ben gestorven, maar voor goed

van heel de dode wereld vrij.

De aarde zelf is veel te klein

voor wie U waarlijk loven wil.

Uw liefde is een groot geheim,

zij vraagt geheel mijn hart en ziel.

Viering Heilig Avondmaal

Inzettingswoorden & gedachtenis

Zingen: Lied 405 Nieuwe Liedboek: 2

Heilig, heilig, heilig! Heiligen aanbidden,

werpen aan de glazen zee hun gouden kronen neer.

Eeuwig zij U ere, waar Gij troont te midden

al uwe eng’len, onvolprezen Heer!

Viering

Na de viering: Lied 558 1,4,9 & 10:

Jezus, om uw lijden groot,

om uw leven en uw dood

die volbrengen ’t recht van God,

Kyrie eleison.

Om het brood, Heer, dat Gij breekt,

om de beker die Gij reikt,

om de woorden die Gij spreekt,

Kyrie eleison

Om uw kruis, Heer, bidden wij,

om de speerstoot in uw zij,

ga aan onze schuld voorbij,

Kyrie eleison.

Heer, om uw vijf wonden rood,

om uw onverdiende dood,

smeken wij in onze nood,

Kyrie eleison.

Dankzegging en lofprijzing

Dankgebed – voorbeden – stil gebed – Onze Vader

Lezing: Colossenzen 1:15-20

Beeld van God, de onzichtbare, is Hij,

eerstgeborene van heel de schepping:

in Hem is alles geschapen,                                          

alles in de hemel en alles op aarde,

het zichtbare en het onzichtbare,

vorsten en heersers, machten en krachten,

alles is door Hem en voor Hem geschapen.

Hij bestaat vóór alles en alles bestaat in Hem.

Hij is het hoofd van het lichaam, de kerk.

Oorsprong is Hij,

eerstgeborene van de doden,

om in alles de eerste te zijn:

in Hem heeft heel de volheid willen wonen

en door Hem en voor Hem alles met zich willen verzoenen,

alles op aarde en alles in de hemel,

door vrede te brengen met zijn bloed aan het kruis.

Zegen

Lied 575: 1, 4 & 6

Jezus, leven van ons leven,

Jezus, dood van onze dood,

Gij hebt U voor ons gegeven,

Gij neemt op U angst en nood,

Gij moet sterven aan uw lijden

om ons leven te bevrijden.

Duizend, duizendmaal, o Heer,

zij U daarvoor dank en eer.

Dank zij U, o Heer des levens,

die de dood zijt doorgegaan,

die Uzelf ons hebt gegeven

ons in alles bijgestaan,

dank voor wat Gij hebt geleden,

in uw kruis is onze vrede.

Voor uw angst en diepe pijn

wil ik eeuwig dankbaar zijn..