Liturgie voor de Kerstnachtdienst

BEMOEDIGING EN GROET

SAMENZANG + KOOR :Lied 489

  1. Komt ons in diepe nacht ter ore:

de morgenster is opgegaan.

Een mensenkind voor ons geboren,

“God zal ons redden” is zijn naam.

Open uw hart, geloof uw ogen,

vertrouw u toe aan wat gij ziet:

hoe ’t woord van God van alzo hoge

hier menselijk aan ons geschiedt.

  • Geen ander teken ons gegeven,

geen licht in onze duisternis

dan deze mens om mee te leven

een God die onze broeder is.

Zing voor uw God, Hij openbaarde

in Jezus zijn menslievendheid.

Zo wordt de wereld nieuwe aarde

en alle vlees aanschouwt het heil.

GEBED

EERSTE LEZING: Genesis 3:8-15

God kondigt aan in de Hof van Eden dat het zaad van de vrouw de kop van de slang zal vermorzelen

Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij terzijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ God, de HEER, zei tegen de slang:

‘Vervloekt ben jij dat je dit hebt gedaan, het vee zal je voortaan mijden, wilde dieren wenden zich af; op je buik zul je kruipen en stof zul je eten, je hele leven lang. Vijandschap sticht ik tussen jou en de vrouw, tussen jouw nageslacht en het hare, zij verbrijzelen je kop, jij bijt hen in de hiel.’

SAMENZANG: Lied 441

  1. Hoe zal ik U ontvangen, wat wordt mijn eerste groet?

U, ieders hartsverlangen, vervult ook mij met gloed!

O Jezus, licht der wereld, verlicht mij dat ik weet

waarmee ik U moet eren, U waardig welkom heet.

  • Van boeien die mijn bonden ben ik door U bevrijd.

U redt mij ongeschonden uit alle haat en nijd.

U houdt mij hoog in ere. Daarbij valt in het niet

wat alle goud ter wereld aan aardse rijkdom biedt.

  • Waarom u zorgen maken met vragen, dag en nacht

hoe u Hem zult ontvangen met uw gebrek aan kracht?

Hij komt, Hij komt met liefde, wil zo graag bij u zijn!

Want Hij weet van uw grieven en Hij stilt al uw pijn.

TWEEDE LEZING: Jesaja 40:1-5

De verlossing van Israël voorzegd door Jesaja

Troost, troost Mijn volk, zegt jullie God. Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen.

Hoor een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De HEER heeft gesproken’

KOOR: Prepare the way, o Zion (vertaling)

Bereid de weg, O Sion, want Christus komt!

Laat elke heuvel en vallei vlak worden.

Gegroet, Die komt in glorie, zoals lang geleden voorzegd

Gezegend is Christus, Die komt in Gods heilige naam.

Hij brengt Gods wet, O Sion, Hij komt uit de hoge hemel.

Zijn wet is vrede en vrijheid, gerechtigheid, waarheid en liefde.

Verhef je stem en prijs Hem om Zijn genade en vreugde

Gezegend is Christus, Die komt in Gods heilige naam.

Open wijd je poorten, O Sion, en omarm je Verlosser.

Zijn boodschap van redding wordt overal verkondigd.

Alle landen zullen zich voor Hem buigen in aanbidding.

Gezegend is Christus, Die komt in Gods heilige naam.

DERDE LEZING: Jesaja 9:1,5,6

De geboorte en het koningschap van Christus worden voorzegd door Jesaja

Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen.5Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten.

SAMENZANG: Lied 482

  1. Er is uit ’s werelds duistere wolken

een groot licht stralend opgegaan;

wie wonen in het diepe donker,

zij zullen in het zonlicht staan.

Glorie aan God, de overwinning

is ongekend, de vreugde groot;

de aarde jubelt – hoor ons zingen:

wij delen in een rijke oogst!

  • Godlof, een kind is ons geboren,

een held zal onze koning zijn,

die raadsman, God-met-ons zal heten;

die zoon zal ons tot vader zijn!

Vorst die met vrede ons wil kronen

van nu af tot in eeuwigheid,

de Eeuwige zal hem doen tronen

op recht en op gerechtigheid.

VIERDE LEZING: Micha 5:1-4

De profeet Micha voorzegt de heerlijkheid van het kleine Bethlehem

Uit jou, Bethlehem in Efrata, te klein om tot Juda’s geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer. Totdat de vrouw die zwanger is haar kind heeft gebaard, worden zijn broeders aan hun lot overgelaten. Daarna zullen wie er nog over zijn terugkeren naar de andere Israëlieten. Hij zal aantreden en hen als een herder weiden, bekleed met de macht van de HEER, zijn God, met de majesteit van diens verheven naam. Zij zullen veilig wonen, want hij zal heersen tot aan de einden der aarde, en hij brengt vrede.

KOOR: This holy Christmas night (vertaling)

Onze dag van vreugde is weer gekomen, met liefde, vrede en gezang.

Kom, laten wij ons aansluiten bij de engelenzang.

Refrein:  

Gloria, voor onze God; gloria voor onze Heer en Koning;

Vrede en welbehagen; wij aanbidden Hem in deze heilige kerstnacht.

Toen duisternis op de aarde lag, verscheen plotseling een helder licht.

God schonk Zijn onbetaalbare Gift en toonde Zijn Goddelijke liefde.

Laten wij naar de kribbe gaan om te aanbidden en lof te brengen

aan het kindje in het stro: onze Redder voor eeuwig! 

VIJFDE LEZING: Lucas 1:26-36,38

De engel Gabriel groet de Gezegende Maagd Maria

In de zesde maand zond God de engel Gabriel naar de stad Nazareth in Galilea, naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. Gabriel ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn va-der David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’

Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen.

SAMENZANG: Lied 473

  1. Er is een roos ontloken uit barre wintergrond,

zoals er was gesproken door der profetenmond.

En Davids oud geslacht is weer opnieuw gaan bloeien

in ‘t midden van de nacht.

  • Die roos van ons verlangen, dat uitverkoren zaad,

is door een maagd ontvangen uit Gods verborgen raad.

Maria was bereid, toen Gabriël haar groette

in ’t midden van de tijd.

  • Die bloem van Gods behagen heeft, naar Jesaja sprak,

de winterkou verdragen als allerdorste tak.

roos als bloed zo rood, God komt zijn volk bezoeken

in ’t midden van de nacht.

OVERDENKING

KOOR: Freuet euch, ihr Menschenkinder (vertaling)

Verheug je, mensenkinderen; verheug je, arme zondaren,

vandaag is Jezus voor jullie geboren.

God komt vandaag tot jullie, is Zelf een mensenkind geworden.

God verlost wat was verloren.

Val voor de Heiland neer, zing dank- en lofliederen;

neem Zijn gaven aan.

Gods genade, Geest en Leven wil Hij jullie allen geven,

zalig is hij die dat geloven kan.

Alleen in Hem, o wat een wonder, kunnen wij verlossing vinden:

de verlossing door Zijn bloed.

Hoort! Het Leven is verschenen en eeuwige verzoening

komt ons in Jezus tegemoet.

Refr: Gloria, gloria, God op de hoogste troon;

Gloria, gloria, voor Zijn geliefde Zoon.

Die ons hier beneden, brengt heil en vrede.

Gloria, gloria. Amen, Halleluja!

ZESDE LEZING: Lucas 2:1,4-7

Lucas vertelt de geboorte van Jezus

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Jozef ging van de stad Nazareth in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Bethlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

SAMENZANG: Lied 483

  1. Stille nacht, heilige nacht. Davids Zoon, lang verwacht,

die miljoenen eens zaligen zal, wordt geboren in Bethlehems stal,

Hij, der schepselen Heer, Hij, der schepselen Heer.

  • Hulploos Kind, heilig Kind, dat zo trouw zondaars mint,

ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd, wordt Ge op stro en in doeken gelegd. Leer me U danken daarvoor, leer me U danken daarvoor.

  • Stille nacht, heilige nacht. Vrede en heil wordt gebracht

aan een wereld verloren in schuld. Gods belofte wordt heerlijk vervuld.

Amen, Gode zij eer! Amen, Gode zij eer!

ZEVENDE LEZING: Lucas 2:8-17

De herders gaan naar de kribbe

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias,  de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’ Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Bethlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. 

KOOR: What Child is This (vertaling)

Wie is toch dat kind, dat slaapt op Maria’s schoot?

Dat door engelen met gezang wordt begroet,

terwijl herders de wacht houden?

Refr. Dit, dit is Christus, de Koning,

voor Wie herders waken en engelen zingen.

Haast je om Hem eer te bewijzen,

het Kind, de Zoon van Maria.

Waarom ligt hij toch op zo’n nederige plaats, waar os en ezel eten?

Mensen erken vol ontzag:

hier pleit God Woord voor ons, zondaren.

Dus breng hem wierook, goud en mirre,

komt allen, zowel boeren als koningen.

De Koning der koningen brengt ons redding:

laat ons hart Zijn troon zijn.

ACHTSTE LEZING:Mattheus 2:1-12

De wijzen worden door de ster naar Jezus geleid

Toen Jezus geboren was in Bethlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen.’ Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de Messias  geboren zou worden. ‘In Betlehem in Judea,’ zeiden ze tegen hem, ‘want zo staat het geschreven bij de profeet: ‘En jij, Bethlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.’ Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, en stuurde hen vervolgens naar Bethlehem met de woorden: ‘Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen.’ Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. 

SAMENZANG: Lied 476

  1. Nu zijt wellekome, Jesu, lieve Heer,

Gij komt van alzo hoge, van alzo veer.

Nu zijt wellekome van de hoge hemel neer.

Hier al op dit aardrijk zijt Gij gezien nooit meer.

Kyrieleis.

  • Herders op den velde, hoorden een nieuw lied,

dat Jezus was geboren, zij wisten ’t niet.

‘Gaat aan gene straten en gij zult Hem vinden klaar.

Beth’lem is de stede, daar is ’t geschied voorwaar.’

Kyrieleis.

  • Wijzen uit het oosten, uit zo verre land,

zij zochten onze Here met offerand’

Ze offerden ootmoediglijk mirr’, wierook ende goud

t’eren van dat kinde, dat alle ding behoudt.

Kyrieleis.

NEGENDE LEZING: Johannes 1:1-15

Johannes onthult het grote geheim

In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.

Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.

Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader.

KOOR: Christmas Laudamus (vertaling)

Laudamus te; wij prijzen U, o Heer.

Benedicimus te; wij zegenen U, Heilig Kind.

Adoramus te; wij brengen u lof en aanbidden U.

Glorificamus te; ere zij God in den hoge.

“Glorie voor God” zongen de engelen,

door de hemel klonken hun stemmen.

Ze zongen van welbehagen en vrede op aarde,

zij brachten het nieuws van Jezus’ geboorte.

En ook vandaag zingen wij nog tot Zijn eer,

een liefelijk “laudamus” voor onze Koning.

Zingend van welbehagen en vrede op aarde.

Glorie aan God, omdat Jezus is geboren!

DANKGEBED

COLLECTE

SAMENZANG + KOOR: Lied 481 Nieuwe Liedboek

  1. Hoor, de eng’len zingen de eer
    van de nieuw geboren Heer!
    Vrede op aarde, ’t is vervuld:
    God verzoent der mensen schuld.
    Voegt u, volken, in het koor,
    dat weerklinkt de hemel door,
    zingt met algemene stem
    voor het kind van Bethlehem!
    Hoor, de eng’len zingen de eer
    van de nieuw geboren Heer!
  • Hij, die heerst op ’s hemels troon,
    Here Christus, Vaders Zoon,
    wordt geboren uit een maagd
    op de tijd die God behaagt.
    Zonne der gerechtigheid,
    woord dat vlees geworden zijt,
    tussen alle mensen in
    in het menselijk gezin.
    Hoor, de eng’len zingen de eer
    van de nieuw geboren Heer!
  • Lof aan U die eeuwig leeft
    en op aarde vrede geeft,
    Gij die ons geworden zijt
    taal en teken in de tijd,
    al uw glorie legt Gij af
    ons tot redding uit het graf,
    dat wij ongerept en rein
    nieuwgeboren zouden zijn.
    Hoor, de eng’len zingen de eer
    van de nieuw geboren Heer!

ZEGEN