Liturgie 1e kerstdag

Hartelijk welkom in deze dienst op Eerste Kerstdag! In deze dienst gedenken en vieren we de menswording van Gods Zoon: God de Zoon als mensenzoon, door engelen uit de hemel aangekondigd als de lang beloofde Vredevorst, Het Licht der wereld en het Brood des Levens, Koningen de koningen en Heer der heren. Hij kwam om de weg naar God toegankelijk te maken voor alle mensen, van alle plaatsen en alle tijden! We hopen dat ook deze dienst mag bijdragen in de verwondering over deze daad van liefde, genade en barmhartigheid van God voor ons en mag leiden tot aanbidding en volgen van onze Heer, Jezus Christus, de (levende) Koning der koningen!

Voor de dienst zingen we:

Lied 477

Allen:       Komt allen tezamen, jubelend van vreugde:

                 komt nu, o komt nu naar Bethlehem!

                 Ziet nu de vorst der englen hier geboren.

                 Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,

                 komt, laten wij aanbidden, die Koning!

Vrouwen: De hemelse englen riepen eens de herders

                 weg van de kudde naar ‘t schamel dak.

                 Spoeden ook wij ons met eerbiedge schreden!

Allen:       Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,

                 komt, laten wij aanbidden, die Koning!

Mannen:   Het licht van de Vader, licht van den beginne,

                 zien wij omsluierd, verhuld in ‘t vlees:

                 goddelijk Kind, gewonden in de doeken!

Allen:       Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,

                 komt, laten wij aanbidden, die Koning!

Allen:       O Kind, ons geboren, liggend in de kribbe,

                 neem onze liefde_ in genade aan!

                 U, die ons liefhebt, U behoort ons harte!

                 Komt, laten wij aanbidden, komt, laten wij aanbidden,

                 komt, laten wij aanbidden, die Koning!

Lied 476

Nu zijt wellekome Jesu, lieve Heer,

Gij komt van alzo hoge, van alzo veer.

Nu zijt wellekome van de hoge hemel neer.

Hier al op dit aardrijk zijt Gij gezien nooit meer.

Kyriëleis

Herders op den velde hoorden een nieuw lied,

dat Jezus was geboren, zij wisten ‘t niet.

`Gaat aan gene straten en gij zult Hem vinden klaar.

Bethlem is de stede, daar is ‘t geschied voorwaar.’

Kyriëleis.

Welkomstwoord & afkondigingen

De laatste kaars wordt aangestoken , het gedicht wordt gelezen en daarna zingen we het projectlied:

Bemoediging & groet

Staande zingen we Lied 481, Nieuwe Liedboek

Hoor, de englen zingen de_eer

van de nieuwgeboren Heer!

Vreed’ op aarde ‘t is vervuld:

God verzoent der mensen schuld.

Voegt u, volken, in het koor,

dat weerklinkt de hemel door,

zingt met algemene stem

voor het Kind van Bethlehem!

Hoor, de engl’en zingen de_eer

van de nieuwgeboren Heer!

Hij, die heerst op ‘s hemels troon,

Here Christus, vaders Zoon,

wordt geboren uit een maagd

op de tijd die God behaagd.

Zonne der gerechtigheid,

Woord dat vlees geworden zijt,

tussen alle mensen in

in het menselijk gezin.

Hoor, de engl’en zingen de_eer

van de nieuw geboren Heer!

Lof aan U die eeuwig leeft

en op aarde vrede geeft,

Gij die ons geworden zijt

taal en teken in de tijd,

al uw glorie legt Gij af

ons tot redding uit het graf,

dat wij ongerept en rein

nieuwgeboren zouden zijn.

Hoor, de engl’en zingen de_eer

van de nieuwgeboren Heer!

Gebed

Lezen: Lukas 2: 1-7

In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

Zingen: lied 506: 1 & 3

Wij trekken in een lange stoet op weg naar Bethlehem.

Wij gaan uw koning tegemoet, o stad Jeruzalem.

Gezegend die zijn komst begroet en knielen wil voor Hem

Wij loven u, koning en Heer, koning en Heer.

Wij loven u, koning en Heer.

Wij gaan op weg naar Bethlehem, daar ligt hij in een stal,

die koning in Jeruzalem voor eeuwig wezen zal!

Laat klinken dan met luider stem en blij bazuingeschal:

Wij loven u, koning en Heer, koning en Heer.

Wij loven u, koning en Heer.

Lezen: Lukas 2: 8-14

Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:

Eer aan God in de hoogste hemel

en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

Zingen: Midden in de winternacht

Midden in de winternacht, ging de hemel open.

Die ons heil der wereld bracht, antwoord op ons hopen

Refrein:

Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet

Laat de citers slaan, blaast de fluiten aan

Laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen:

Christus is geboren!

Vrede was er overal, wilde dieren kwamen

Bij de schapen in de stal, en zij speelden samen.

(Refrein)

Ondanks winter sneeuw en ijs, bloeien alle bomen,

want het aardse paradijs is vannacht gekomen.

(Refrein)

Zie daar staat de morgenster, stralend in het duister

Want de dag is niet meer ver, bode van de luister

Die ons weldra op zal gaan, herders blaast uw fluiten aan

Laat de bel bim-bam, laat de trom rom-bom

Kere om, kere om, laat de bel-trom horen

Christus is geboren!

Lezen: Lukas 2: 14-20

Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. …

Zingen: Lied 503

Wij staan aan een kribbe, aanschouwen de bron,

De oorsprong der schepping, de rijzende zon:

Dit leven zal stralen, door God zelf bemind.

Wij groeten de toekomst, gevat in dit kind,

Wij lezen Gods wezen in_het kind dat hier ligt.

De nacht geeft zijn liefde en helder gezicht:

Dit kind, dat ontvlamt als een aarzelend vuur,

Wordt licht en geleide in_ons donkerste uur.

Hier tussen de schapen is voor Hem uit het hout

Van bomen uit Eden een kribbe gebouwd.

Die is deze herder tot eerste tehuis,

En nog draagt dit hout Hem als Lam aan het kruis.

Hoe diep ook het duister waarin Hij verschijnt,

Zijn ster aan de hemel heeft alles omlijnd.

Hij is ons tot lichtbron in donkere nacht,

Het zonlicht van Pasen wint hier al aan kracht!

Overdenking: ‘God onder ons!’

Tekst: Johannes 1:18, Niemand heeft ooit God gezien, maar de enige Zoon, die zelf God is, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem doen kennen.

Zingen: Lied 483 Nieuwe Liedboek

Stille nacht, heilige nacht. Davids Zoon, lang verwacht,

die miljoenen eens zaligen zal,

wordt geboren in Bethlehems stal,

Hij, der schepselen Heer, Hij, der schepselen Heer.

Hulploos Kind, heilig Kind, dat zo trouw zondaars mint,

ook voor mij hebt Ge U rijkdom ontzegd,

wordt Ge op stro en in doeken gelegd.

Leer me U danken daarvoor, leer me U danken daarvoor.

Stille nacht, heilige nacht. Vrede en heil wordt gebracht

aan een wereld verloren in schuld.

Gods belofte wordt heerlijk vervuld.

Amen, Gode zij eer! Amen, Gode zij eer!

Dankgebed – voorbede – ‘Onze Vader’

Inzameling van de gaven

Zingen: Lied 487

Eer zij God in onze dagen,

Eer zij God in onze tijd.

Menen van het welbehagen,

Roep op aarde vrede uit.

Glo – – – – – ria, in excelsis Deo

Glo – – – – – ria, in excelsis Deo.

Eer zij God die onze Vader

En die onze koning is,

Eer zij God die op de aarde

Naar ons toe gekomen is

Glo – – – – – ria, in excelsis Deo

Glo – – – – – ria, in excelsis Deo.

Lam van God, Gij hebt gedragen

Alle schuld tot elke prijs,

Geef in onsze levensdagen

Peis en vree, kyrieleis.

Glo – – – – – ria, in excelsis Deo

Glo – – – – – ria, in excelsis Deo.

Zegen – aansluitend zingen we het ‘Ere zij God’

Ere zij god, Ere zij God

In de hoge, in de hoge, in den hoge

Vrede op aarde, vrede op aarde

In de mensen een welbehagen

Ere zij God in de hoge,

Ere zij God in de hoge

Vrede op aarde, vrede op aarde

Vrede op aarde, vrede op aarde

In de mensen, in de mensen, een welbehagen

In de mensen, een welbehagen, een welbehagen

Ere zij God, ere zij God

In de hoge, in de hoge in de hoge

Vrede op aarde, vrede op aarde

In de mensen een welbehagen

Amen,