Beleidsplan

Opmerkingen vooraf

– Het beleidsplan wil vooral een belijdend stuk zijn en ook werkbaar.
Dat betekent dat de commissie geen poging heeft gedaan om het leven en werken van de gemeente volledig in kaart te brengen. Veelmeer gaat het om de speerpunten van de komende jaren.
Als sommige zaken niet genoemd worden, wil dat niet zeggen dat er in de komende tijd geen aandacht aan besteed zal worden, maar dat dit facet van het gemeente-zijn/werk zal doorgaan op dezelfde manier zoals dat tot op heden gebeurt.
– Dit beleidsplan is ook geen keurslijf. Er is ruimte voor nieuwe ontwikkelingen die in het beleidsplan nog niet genoemd worden.

Karakteristiek van onze Gemeente
(overgenomen uit de Gemeentegids)

Als je de gemeente binnen de PKN zou willen typeren, dan zou je haar evangelisch-confessioneel kunnen noemen. Confessioneel als het gaat om het belang dat de gemeente hecht aan het belijden van de kerk dat het heil alleen wordt verkregen in de gekruisigde en opgestane Heer en Heiland Jezus Christus en evangelisch als je kijkt naar de vormen van gemeente-opbouw en de nadruk op discipelschap en leven in de kracht van de heilige Geest.

In de Bijbel vinden wij verschillende beelden voor de Gemeente van Christus: Tempel, Kudde, Huis, Wijnstok en Lichaam zijn er een paar. Elk van deze beelden geeft een aspect weer van het wezen en de aard van de Gemeente. Het gaat om verering en aanbidding van God, er is sprake van geborgenheid en afhankelijkheid van Christus, maar ook van toewijding en discipelschap. In de Gemeente ontvangen wij troost in de moeilijke dagen van ons leven, maar we worden ook opgeroepen tot getuigenis en tot het zichtbaar maken van de liefde van God. Daarbij is een Gemeente nooit af of volmaakt, zij is voortdurend bezig te groeien naar wat God met haar bedoelt.’

In de gemeentegids valt bij de introductie van de verschillende activiteiten op dat telkens het woord ‘samen’ genoemd wordt:
Samen naar de Kerk- Samen Bidden- Samen Gemeente zijn- Samen Leren en Samen omzien naar Elkaar. Blijkbaar is dat belangrijk voor ons dat we een gemeenschap van gelovigen vormen, mensen die elkaar vast willen houden, van elkaar willen leren, elkaar willen liefhebben en samen God willen dienen. Dat valt niet alleen maar te organiseren, veelmeer vraagt dat om een bepaalde houding waarmee we elkaar ontmoeten en samen optrekken.

1. Eredienst
a. De eredienst zal een ruimte moeten zijn waarin we in de eerste plaats God ontmoeten, luisteren naar Zijn woord en Hem eren in onze liederen en gebeden.
Zij zal zo ingevuld moeten worden dat iedereen deze zal ervaren als een plaats waarin hij/zij opgebouwd wordt en de bedding vindt om zijn/haar christelijk geloof te belijden.

b. Meer betrokkenheid van jongeren en jonge gezinnen bij de eredienst betekent ook aandacht voor ontwikkelingen op het gebied van de Tienerdienst, Zondagsschool, Kindernevendienst en de Oppas/peuterdienst.

Het behoeft overweging om zowel als het gaat om de klassieke erediensten als de informele diensten/sing-ins te werken aan de toerusting van muzikaal en creatief talent.

2. De Gemeente als Lichaam van Christus
a. Binnen het werk van het pastoraat zullen we de ouderlingen steeds meer gaan inzetten voor specifieke pastorale zorgsituaties. We streven naar extra toerusting van ambtsdragers en gemeenteleden. Het omzien naar elkaar is immers een opdracht van de gehele gemeente.

b. We streven naar het creëren van ontmoetingsplekken. Sommigen ervaren de gemeente als een warm bad, anderen kennen elkaar te weinig en ervaren de gemeente als los zand. Het blijft een feit dat gemeenteleden door de week verschillende plekken hebben waar men elkaar ontmoet, denk aan de GemeenteGroeiGroepen, toerusting, belijdeniscatechese etc. Het is echter ook van belang te voorkomen dat het gevoel ontstaat dat er overal ‘eilandjes’ zijn.

c. We streven ernaar activiteiten te ontplooien waarin gemeenteleden niet alleen met elkaar spreken en studeren, maar ook dingen met elkaar doen.

d. Binnen het pastoraat vinden we persoonlijke geloofsopbouw, groeien in de relatie met God een van de belangrijkste zaken die de aandacht moeten hebben.
Pastoraat is vertroosting, maar ook onderwijs en aansporing.

e. We streven naar een verdere uitbouw van de GemeenteGroei-
Groepen.
Zij zijn een vorm waarin we het gemeente-zijn op een goede wijze gestalte kunnen geven.

f. We zijn ons bewust van onze missionaire roeping: We zijn er niet alleen om de gemeenschap met God en elkaar te beoefenen en te verdiepen, maar we staan ook als een getuigende gemeenschap in de wereld. We pogen daarvoor activiteiten te ontplooien die gestalte geven aan deze roeping (zie 5).

g. Aan bovengenoemde verlangens en activiteiten willen we mede gestalte geven door het benoemen van een ouderling-gemeenteopbouw.

3. Jeugd
Aan de basis van het jeugdwerk ligt een verlangen: dat elk kind en jongere tot een eigen, authentieke relatie met God mag komen en dat zij hun talenten mogen ontdekken en inzetten voor het Koninkrijk van God. Middels kerkdiensten, zondagsschool, catechese gecombineerd met Rock Solid & Solid Friends, Jongerenalpha, projektmatige aktiviteiten, jeugd- en tienerdiensten, het bezoeken van evenementen, het opdoen van ervaringen o.a. middels werkvakanties, ouder-kind aktiviteiten en toerusting gezinnen, hopen we hier een positieve bijdrage aan te leveren.

4. Toerusting
a. In de toerusting in het algemeen moet voldoende aandacht blijven voor de relatie van de christelijke gemeente met Israël en voor het profetische woord.

b. We streven ernaar steeds meer de rijkdom van Gods woord te onderzoeken en daaruit steeds nieuwe schatten te voorschijn te halen. In dit verband noemen we de verdere doordenking van de kerkelijke dienst der genezing en bevrijding maar ook de vraag hoe wij als christenen omgaan met de schepping en verantwoordelijkheid dragen voor onze maatschappij.

c. Catechese moet uitnodigend blijven en de beschikking hebben over goede middelen.

d. Er moet gestreefd worden naar continuïteit van de leiding. Er moet ruimte zijn voor een stuk toerusting en het is van belang om tijdig jonge gemeenteleden te begeleiden in het overnemen van leidinggevende taken. De taak van jeugdouderling vraagt bijzondere aandacht.

5. Gebedswerk
a. We streven naar een gestage uitbreiding van het gebedswerk binnen de gemeente. Zeker zouden ook de oudere gemeenteleden hier een belangrijke plaats kunnen innemen. We proberen hierin nieuwe initiatieven te nemen.
b. Extra aandacht besteden aan activiteiten als Week van Gebed, Nacht van Gebed etc.

6. Getuigen zijn van Christus met woord en daad
De missionaire roeping van de gemeente krijgt de komende jaren grotere aandacht.
a. De groei van de gemeente is een belangrijk aandachtspunt in ons werk. We zullen gemeenteleden moeten helpen om vrijmoedig te spreken over het evangelie.
b. Geloofsopvoeding is een belangrijk aandachtspunt.
c. In prediking, pastoraat en diaconaat zal aandacht geschonken moeten worden aan wat de Schriften ons zeggen over rechtvaardigheid en sociale verhoudingen.
d. We streven naar het ondersteunen van eigen gemeenteleden die een stuk maatschappelijke nood kennen. Bovendien zullen we proberen onze plaats in te nemen waar nodig als het gaat om de ontwikkelingen t.a.v de WMO.
e. Als het gaat om de zorg voor de wereld, zullen we evenredig aandacht blijven geven aan Diaconaat en Zending.

7. Relatie met andere kerken
We streven op dit punt naar een bestendiging van de kontakten. Met de Gereformeerde kerk zijn wij gemeente in de Protestantse Kerk in Nederland. We hechten belang aan onze eigen identiteit, maar zullen ook behoedzaam werken aan de versterking van onze banden. We denken in dit verband aan het gebedswerk, de GGG-groepen, bijeenkomsten voor ouderen, gezamenlijke kerkdiensten, gezamenlijke jeugdaktiviteiten, gezamenlijke (bezinnings-) vergaderingen e.d.
Om hier gestalte aan te geven is er een overlegorgaan in het leven geroepen dat bestaat uit vertegenwoordigers van beide kerken.

8. Communicatie
a. Verdere uitbouw van communicatie binnen de gemeente.
Te denken valt aan de website, een centraal punt van waaruit de informatieverstrekking plaats vindt en een power-point presentatie van onze activiteiten.

9. Financiën en Beheer
De hoofdtaak van het college van kerkrentmeesters is er voor te zorgen dat op korte en lange termijn voldoende gelden beschikbaar zijn om de geplande jaarlijkse activiteiten uit te kunnen voeren. Uitgangspunt daarbij is een sluitende jaarlijkse begroting en jaarrekening, waarbij aangetekend wordt dat slechts tijdelijk of in bijzondere situaties ingeteerd mag worden op het vermogen.
De ontvangen gelden bestaan uit:
• ‘levend geld’ in de vorm van vrijwillige bijdragen, schenkingen en legaten, giften voor speciale doeleinden, collecteopbrengsten e.d.;
• rente uit baten, netto opbrengsten uit de verhuur van bezittingen.

Beleidsvoornemens:
De ontwikkelingen van de laatste jaren later zien dat een deel van het vermogen aangewend moest worden om de jaarrekening sluitend te maken. Deze tendens moet worden gekeerd en het liefst omgezet worden in een jaarlijks positief saldo, teneinde voor de toekomst geld beschikbaar te hebben voor het instandhouden en verbeteren of uitbreiden van de kerkelijke activiteiten en voor fondsvorming voor toekomstige grote investeringen.
Verhoging van de vrijwillige bijdragen met minimaal het inflatiepercentage (ofwel een stijging van tenminste 2%). Gestreefd moet worden naar een structurele verhoging van de vrijwillige bijdragen. Trachten om meer gelden binnen te krijgen via gerichte acties voor specifieke doelen.

Definitief vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 8 mei 2008.
1e wijziging voorlopig vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 17 maart 2011.
Na de gemeente gekend en gehoord te hebben: definitief vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 12 mei 2011.